Ski-eigenschappen,

Draaigemak, kantengrip, stabiliteit, snelle kantenwissel en drijfvermogen in de poedersneeuw, zijn uiteindelijk afhankelijk van de vier variabelen in de bouw en constructie van ski's: lengte, breedte, taillering en stijfheid.



Breedte
De laatste jaren is er een sterke tendens naar bredere ski's. Een bredere ski is stabieler en heeft meer drijfvermogen. Hierdoor is de ski niet alleen zeer geschikt als off piste ski, maar is de ski ook veel makkelijker te skiën in verse zachte sneeuw en in lastige papsneeuw. Door nieuwe technologieën en constructies, is een bredere ski (80mm en meer), ook geschikt voor op de pistes.

Taillering
Onder taillering verstaan we het verschil in breedte tussen de tip, waist en tail van een ski. Op ski's staat de taillering vaak aangeven door drie getallen: de breedte in mm's van de voorzijde, taille en achterzijde van de ski (bijv. 120-96-110). Deze taillering bepaald uiteindelijk de radius van een ski.

Radius
De radius van een ski is de doorsnede van de cirkel die ontstaat als we de lijn die ontstaat als we de taillering van een ski doortrekken tot een complete cirkel. Hoe korter de radius, hoe korter de bochten die mogelijk zijn. Een sterk getailleerde ski levert een korte radius op en maakt korte bochten mogelijk. Een minder getailleerde ski levert een grotere radius op met langere bochten tot gevolg. De nieuwe generatie ski's zijn breder en sterk getailleerd, waardoor ze zowel op als buiten de piste zeer goed te gebruiken zijn.


Stijfheid
Nieuwe high tech materialen en constructies maken het mogelijk dat ook de kortere ski's over voldoende stijfheid beschikken. Hierdoor kunnen de voordelen van een kortere ski (wendbaarheid en draaigemak) tegenwoordig gecombineerd worden met stabiliteit op hogere snelheden. Door nieuwe technieken en materialen is het tegenwoordig mogelijk om te variëren in de stijfheid van de ski.


Lengtestijfheid
De lengte stijfheid van een ski is van grote invloed op het totale gevoel van een ski. Een stugge ski is stabieler op hoge snelheden, maar het kost meer kracht om een stugge ski de bocht in te sturen. Een soepele ski stuurt veel gemakkelijker een bocht in, maar is minder stabiel op hogere snelheden.


Torsiestijfheid
Met Torsiestijfheid wordt de stijfheid in diagonale richting bedoeld. Een torsie stijve ski resulteert in een directe ski met uitstekende controle en kantengrip.
Nieuwe materialen en technologie maken het tegenwoordig mogelijk om ski's te produceren die soepel in de lengte zijn en toch voldoende torsiestijfheid hebben.


Kantengrip
Een goede kantengrip is vooral belangrijk op hardere, ijzige pistes en bij hogere snelheden. 
De mate van kantengrip wordt onder andere bepaald door de torsiestijfheid van een ski. Een ski met een hogere torsiestijfheid heeft meer kantengrip, doordat de volledige staalkant in de sneeuw wordt gedrukt. Ook de hoek en de scherpte van de staalkant zijn van invloed op de kantengrip.

Demping
Bij hogere snelheden en op ijzige pistes hebben ski's de neiging om te gaan trillen. Deze trillingen hebben een hogere belasting van spieren en gewrichten tot gevolg. 
Veel duurdere ski's beschikken om die reden over geavanceerde dempingsystemen die het comfort sterk verbeteren.


Bindingen
Wat betreft de veiligheid zijn skibindingen het belangrijkste onderdeel van de hele skiuitrusting. De skibindingen verbinden de ski’s met je skischoenen en dus zijn ze de schakel tussen jou en je ski's. 
Als je een beweging maakt in je skischoen of er druk op uitoefent worden deze bewegingen door de skibindingen doorgegeven aan de ski’s. Moderne skibindingen dienen ook nog een tweede doel: ze ontkoppelen je schoen van de ski bij een vooraf ingesteld drukniveau. 
Hierdoor blijven je ski’s bij een zware val niet aan je benen zitten waardoor botbreuken en gescheurde gewrichtsbanden kunnen worden voorkomen. Omdat de bindingen je veiligheid vergroten met hun verschillende functies is het belangrijk dat je deze functies kent en weet hoe je er optimaal gebruik van kunt maken.